Bericht: FBZ-ledenraadpleging pensioenovergang UMC’s van ABP naar PFZW
Datum: 25 maart 2011
Inleiding
Op 24 maart 2011 is in het Landelijk Overleg Academische Ziekenhuizen (LOAZ, de cao-tafel van de UMC’s) een principeakkoord tot stand gekomen over uitwerking van de pensioenovergang van de UMC’s van de Stichting Pensioenfonds ABP naar de Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Meest belangrijke onderdeel van dit akkoord is de afspraak over de premieverdeling werkgever/werknemer. Het is de nadere uitwerking van het principeakkoord dat eind december 2010 is bereikt door het LOAZ, ABP en PFZW over de voorgenomen overgang van de pensioenvoorziening van de UMC’s van ABP naar PFZW per 1 januari 2012. Dit akkoord is in februari 2011 door partijen ondertekend en naar buiten gebracht. Het is de culminatie van ruim vijf jaar studie en overleg tussen alle partijen, waaronder de Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg (FBZ). Wij als VMWO zijn aangesloten bij de FBZ (en bepalen zo mee in de CAO onderhandelingstafel).
Afspraken 2007
Er zijn in 2007 in het LOAZ harde afspraken gemaakt betreffende de overgang en de rechten van de medewerkers. Het betreft onder andere:
- Wijziging van pensioenregime mag niet leiden tot achteruitgang in het netto salaris voor medewerker.
- Wijziging van pensioenregime mag niet leiden tot verlies van bestaande aanspraken van medewerkers.
Principeakkoord LOAZ over pensioenovergang
Op 24 maart 2011 is in het LOAZ een principeakkoord tot stand gekomen. Meest belangrijke onderdeel van dit akkoord is de pensioenpremieverdeling. Afgesproken is dat de pensioenpremiebetaling ABP wordt gefixeerd op 1 januari 2012. Op basis van de pensioenpremie van ABP en PFZW op 1 april 2011 is bij de overgang naar PFZW de premieverdeling vastgesteld op werkgever/werknemer 61,58/38,42%. Met deze verdeling wordt voor het overgrote deel van de medewerkers van de UMC’s voldaan aan het LOAZ-criterium dat wijziging van pensioenregime niet mag leiden tot achteruitgang in het netto salaris voor de medewerkers. Ten slotte hebben partijen in het LOAZ afgesproken dat binnen maximaal drie jaar na afbetaling van de exitvergoeding aan ABP een premieverdeling werkgever/werknemer wordt bereikt die overeenkomt met die van de algemene ziekenhuizen (50/50%). De exitvergoeding houdt in dat het ABP wil worden gecompenseerd voor de (kosten van) uittreding van de umc’s. In principe zullen de medewerkers voor de gewijzigde premieverdeling worden gecompenseerd door middel van een structurele verhoging in de salarisschalen.
Voorwaarden
De overgang van ABP naar PFZW kan alleen plaatsvinden als de meerderheid van de leden van de werknemersorganisaties ermee instemt. Maar ook na instemming van de leden zijn er nog voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de overgang daadwerkelijk door te laten gaan. Dit betreft onder andere een wetswijziging die aan de minister van Binnenlandse Zaken moet worden voorgelegd en door hem moet worden goedgekeurd. Het verzoek kan echter pas aan de minister worden voorgelegd als de leden hebben ingestemd. Een andere voorwaarde is dat het eigen risicodragerschap WW voor de UMC’s niet verloren gaat, waardoor de medewerkers de ambtelijke status zouden verliezen.
Informatiebijeenkomsten
In alle UMC’s worden tussen 29 maart en 13 april informatiebijeenkomsten georganiseerd. Ieder UMC wordt in ieder geval twee keer bezocht.Deze bijeenkomsten worden georganiseerd door NFU, FBZ en de andere werknemersorganisaties, en het PFZW. Tijdens de informatiebijeenkomsten wordt de pensioenregeling van het PFZW toegelicht en wordt gelegenheid gegeven aan de medewerkers om vragen te stellen over de nieuwe regeling. Er zal ook een medewerker van ABP aanwezig zijn.
Ook wordt schriftelijke informatie beschikbaar gesteld. Een brochure met algemene informatie is al beschikbaar en kan hier gedownload worden.
Een lijst volgt met de antwoorden op veelgestelde vragen. Ook wordt door PGGM een helpdesk ingericht waar de medewerkers met vragen terecht kunnen.
Standpunt FBZ
De FBZ is altijd voorstander geweest van een overgang van de UMC’s van ABP naar PFZW. Het is de FBZ steeds een doorn in het oog geweest dat onder andere opleidingsplichtigen bij iedere (verplichte) overgang van UMC naar algemeen ziekenhuis en vice-versa in het kader van de opleiding gedwongen moeten wisselen van pensioenfonds, en daarmee een pensioenbreuk oplopen. Dit terwijl de pensioenopbouw voor de leden van de bij de FBZ aangesloten beroepsorganisaties over het algemeen al een kortere termijn bestrijkt in verband met de lange studieduur. Dit speelt ook voor leden die van werkgever veranderen binnen de zorgsector. Mede daardoor hebben de leden vaak te maken met een onvolledige pensioenopbouw. Met de overgang van ABP naar PFZW hebben de leden die wisselen tussen UMC’s en periferie hier niet meer mee te maken. Het bevordert de arbeidsmobiliteit tussen de UMC’s en algemene ziekenhuizen en/of andere instellingen. Dit is een positieve ontwikkeling in de ogen van de FBZ.
De FBZ heeft echter in het principeakkoord van 24 maart niet kunnen voorkomen dat het mogelijk is dat de hoger gesalarieerde er toch in netto salaris op achteruit gaan ten gevolge van de overgang van pensioenfonds. De oorzaak is vooral gelegen in het feit dat bij PFZW over een hogere pensioengrondslag pensioen wordt opgebouwd. Deze hogere pensioenopbouw kan leiden tot een iets lager netto salaris. Ofschoon het op jaarbasis om kleine bedragen gaat is dit toch een inbreuk op het afgesproken principe dat de overgang niet mag leiden tot achteruitgang in netto salaris. Daar staat wel een hogere pensioenopbouw (uitgesteld loon) tegenover.
Ledenraadpleging
De sluitingstermijn van de ledenraadpleging ligt op 27 april 2011. Het is de bedoeling dat de (schriftelijke c.q. digitale) ledenraadpleging plaatsvindt direct na de informatiebijeenkomsten. Derhalve in de periode tussen 13 april en 27 april.
Het akkoord van 24 maart 2011 zal met een neutraal advies aan de leden voorgelegd worden. Enerzijds is de overgang naar PFZW een gunstige ontwikkeling voor de leden, anderzijds ondervinden met name de hoger gesalarieerde mogelijk een kleine achteruitgang in netto salaris. Dit laatste punt rechtvaardigt het niet-positief voorleggen aan de leden aangezien niet geheel recht wordt gedaan aan het principe ‘geen netto achteruitgang in salaris’ zoals in 2007 overeengekomen .
Bron: FBZ